Ik herinner mij een bezoek aan Sevilla, eind maart. In de avond liep ik terug naar ons hotel via een klein schilderachtig straatje. Opeens begon het keihard te regenen, iets wat erg normaal is in Andalusië gedurende deze tijd van het jaar. De regenbui was net zo abrupt gestopt als ie begonnen was. Wat er daarna gebeurde is onbeschrijfelijk. De hele omgeving geurde naar sinaasappels. Een zoete aangename geur, sterker en intenser dan de beste parfum, afkomstig van oranjebloesem.
De Moslims introduceerden de sinaasappelboom in al-Andalus. Zij veranderden het landschap met hun efficiënte irrigatiewerken en technieken die tot een gestaag stijgende welvaart leidde. Sinaasappels werden veelal als sierplant geteeld. Oude Moorse moskeeën hebben nog steeds een binnenplaats beplant met sinaasappelbomen. Het bijzonder grote voorhof van de Moskee van Córdoba heet Patio de los Naranjos ofwel Sinaasappelhof, destijds opgezet zodat ook hier de vele gelovigen konden bidden wanneer de gebedszaal zelf vol was. De grote Marokkaanse wereldreiziger Ibn Battuta schrijft al in de 14de eeuw dat “de binnenplaats van de grote moskee van Málaga vol staat met metershoge sinaasappelbomen”.
Naranja, het Spaanse woord voor sinaasappel, is zelfs afgeleid van het Arabische woord naranj dat de vrucht aanduidt. Azahar is het Spaanse woord voor oranjebloesem, afkomstig van het Arabische woord zahra (“bloem of bloesem”). En de Costa del Azahar (“Oranjebloesemkust”) is de naam van een lang kustgebied bij Valencia in het oosten van Spanje. Dit gebied staat nog steeds bekend om zijn ontelbare sinaasappelbomenplantages.
De Arabieren introduceerden in al-Andalus ook het gebruik van oranjebloesemwater, het destillaat van de bloesem van de bittere sinaasappel. Een heerlijk aromatisch geparfumeerd bloesemwater dat zalig geurt. Oranjebloesemwater werd in de Arabische keuken veelvuldig gebruikt en aan hoofdgerechten, desserts en koekjes toegevoegd. En nog steeds vertegenwoordigen Marokkaanse zoetigheden, vooral amandelen op smaak gebracht met oranjebloesemwater en kaneel, het beste van wat er in al-Andalus was en wat vandaag de dag in Noord-Afrika bestaat.
Voor oranjebloesem vertrek je eind maart richting Spanje. Het is niet weg te denken uit de straten, smalle steegjes en patio’s van Andalusische steden als Sevilla, Córdoba en Granada. Het is een beeld waar ik, net als de Arabieren van toen, zielsveel van hou.
Werkelijk een geschenk van Allah. Alhamdulillah.
0