Vejer de la Frontera is mijn grote Andalusische liefde. Een wit verstopt geheim waar ik ieder jaar weer naar terug verlang. Het is een prachtig dorpje, gelegen op een heuvel op een hoogte van ongeveer 200 meter. Boven, vanaf een van de vele uitkijkpunten, wacht je een adembenemend uitzicht over het achterland en de Atlantische Oceaan. In 711 arriveren de Moslims in het strategisch gelegen Vejer, vanaf dat moment Bashir genoemd, en er volgt een langdurige Islamitische periode. Pas in 1285 veroveren de Christenen de stad na hevige gevechten.
Kenmerkend voor Vejer zijn de spectaculaire uitzichten, de Moorse architectuur met een wirwar van zigzaggende straatjes en de witte kleur van de huizen. Palmbomen, bloemrijke straatjes en patio’s kleuren het straatbeeld. De vele Moorse poorten en hellende straatjes komen uit bij een Arabisch kasteel uit de 11de eeuw. In de buurt van dit kasteel bevindt zich ook de 16de eeuwse kerk Divino Salvador, gebouwd op de fundamenten van een oude moskee. Vejer de la Frontera is terecht uitgeroepen tot een van de mooiste plaatsen van Spanje en wordt vaak de witste van de witte dorpen van Andalusië genoemd. En door het ontbreken van het massatoerisme heeft het zijn authentieke Arabische charme bewaard.
Tijdens een wandeling door het Arabische kasteel stuitte ik eens op een bijzondere gedenkplaat. De tekst sprak over Lalla Zuhra en Ali Ibn Rashid, de stichters van de Noord–Marokkaanse stad Chefchaouen. Ik besloot mij te verdiepen in hun geschiedenis en ontdekte een fascinerend verhaal.
Sayyida al–Hurra werd rond 1485 geboren in Granada en kwam uit een invloedrijke familie. Ze had een Andalusische moeder die uit Vejer de la Frontera kwam, de tot de Islam bekeerde Lalla Zuhra. Haar vader, Mulay Ali Ibn Rashid, was heerser over een klein onafhankelijk gebied in Noord–Marokko. Na zijn militaire training in Granada keerde Mulay Ali Ibn Rashid terug naar Marokko om zijn thuisland te verdedigen tegen buitenlandse expansie. In 1471 stichtte hij Chefchaouen in Vejer’s beeld en gelijkenis, om het verlangen en heimwee van zijn geliefde vrouw te verlichten. Sayyida vluchtte met haar familie naar Chefchaouen na de val van Granada in 1492 en werd met haar vader herenigd. De jonge en intelligente Sayyida trouwde rond 1500 met de veel oudere Sidi al–Mandri, gouverneur van Tétouan en een intieme vriend van haar vader. Al snel won zij het vertrouwen van de gouverneur en werd geregeld om advies gevraagd door haar man. Sayyida al–Hurra nam na de dood van haar man in 1515 zijn positie over.
Van 1515 tot 1542 was zij de laatste vrouwelijke heerser die de legitieme titel van al–Hurra, “Vrije Vrouw”, droeg. Ze was de politiek leidster en koningin van Chefchaouen en Tétouan en met dank aan haar bestuur groeide de economie. Het rijk van de krachtige Sayyida al–Hurra markeert een unieke fase in de geschiedenis van deze twee steden. Sayyida hertrouwde met de koning van Marokko. Om te laten zien dat ze niet van plan was om haar macht en positie op te geven weigerde ze Tétouan te verlaten voor het huwelijk in Fez, waardoor de koning was gedwongen om naar zijn begeerde koningin toe te komen.
Sayyida al–Hurra leefde een leven vol avontuur en romantiek. In haar vurige wens om zich te wreken op de Christelijke vijand die haar van huis en haard had verdreven wendde ze zich tot piraterij met een eigen kapersvloot. Ze legde contact met de grote legendarische Ottomaanse admiraal “Barbarossa” Khair ad–Din in Algerije en de twee begonnen een alliantie. Als piratenleidster controleerde Sayyida al gauw de westelijke Middellandse Zee. Ze vulde de schatkist door deze rooftochten aan met goud, slaven en losgeld. Pas in 1542 werd Sayyida omvergeworpen en ontdaan van al haar eigendom en macht. Haar verdere lot is onbekend. Volgens de traditie ligt ze begraven in een heiligdom in Chefchaouen. De meeste documentatie over Sayyida al–Hurra is overigens afkomstig uit Spaanse en Portugese verslagen. Zij onderhielden nauwe contacten met haar, onderhandelden over de terugkeer van gevangenen en speelden een belangrijke rol in het diplomatieke spel.
In het Alcazaba van Chefchaouen hangt haar portret. In deze Marokkaans–Andalusische stad werd zij volgens de traditie begraven, ver weg van haar geliefde Granada en het Vejer van haar moeder. Haar geschiedenis verbindt een witte en een blauwe stad met elkaar. Hier rust Sayyida al–Hurra, de vergeten koningin.