Als we aankomen in Faro, de hoofdstad van Portugals zuidelijkste provincie, belanden we in totale chaos. Groepen toeristen haasten zich naar de eerstvolgende pendelbus en Cristiano Ronaldo heet mij welkom vanaf een groot scherm in de aankomsthal. Eenmaal buiten heb ik het gevoel in Noord–Afrika te zijn beland. Het droge landschap, het klimaat. Hoeveel toeristen zullen weten dat de naam van hun geliefde Algarve direct is afgeleid van het Arabische “Al–Gharb”. En dat zij massaal bruinen op de stranden van Albufeira, de kustplaats die onder de Moslims bekend stond als “Al–Buhaira”. Ik ben in Portugal. Deze unieke regio werd eeuwenlang al–Gharb al–Andalus genoemd, het ‘Westen van al–Andalus’.
De heerschappij van de Moslims in Portugal heeft eeuwenlang geduurd en is van grote betekenis geweest. Midden– en Zuid–Portugal Islamiseerden vanaf 713. Nadat bij Mérida het enige serieuze Visigotische verzet was ingestort viel in 716 ook Lissabon in handen van de Moslims. Het gebied vormden al snel een eenheid met al–Andalus en was, hoewel geografisch gezien flink verwijderd van Córdoba en Sevilla, als het westelijk deel daarvan te beschouwen. De unieke regio werd al–Gharb al–Andalus genoemd, het Westen van al–Andalus. De zuidelijke stad Silves (Shilb) in de Algarvestreek was de hoofdstad van deze regio met wel 30.000 inwoners. Steden als Sevilla, Córdoba en Granada in Andalusië ontwikkelden zich tot legendarische centra van Andalusische cultuur en architectuur. Terwijl Portugal altijd aan de rand van de Moslimwereld lag.
In het midden van de 12de eeuw eindigde de Moslimaanwezigheid in de regio grotendeels door de succesvolle Christelijke militaire campagnes. Lissabon vielen in Christelijke handen en Silves werd in 1189 ingenomen. Het duurde echter tot de 13de eeuw totdat de hele regio was veroverd. In 1249 eindigde de Moslim aanwezigheid met de verovering van Faro, het laatste Islamitische bolwerk langs de zuidelijke kust van de Algarve. Vijf eeuwen van Islam in Portugal waren ten einde.
Het is september, mijn favoriete maand. De tijd van vijgen en mooi en rustig nazomerweer. We rijden door het droge landschap van Zuid–Portugal. Langs aloe vera, cactussen, vijgenbomen en olijfbomen. Het zeer overtuigende Noord–Afrikaanse uiterlijk herinnert mij constant aan de belangrijke Islamitische geschiedenis van het land. Overal staan witte huizen met rode terracotta daken, boomgaarden en patio’s. Alle huizen in de Algarve hebben de typisch Moorse schoorstenen, die meer Noord–Afrikaans dan Europees lijken. Net kleine minaretten. Alleen de Portugese kentekens herinneren mij eraan in Europa te zijn.
Het al–Andalus erfgoed in Portugal is in zekere zin subtieler dan in Spanje. Je vindt hier geen Alhambra of Mezquita. De Moslims hebben in Portugal weinig bewijzen van hun aanwezigheid achtergelaten. Nog extremer dan in Spanje het geval was, werd de Islamitische periode van de Portugese geschiedenis gewoon uitgewist. Archeologische opgravingen die het tegendeel konden aantonen werden niet toegestaan. Daar komt de laatste jaren verandering in. Het kleine dorp Mértola, in de Islamitische tijd Martulah, bezit de enige nog overgebleven moskee van Portugal. Tegenwoordig is het een kerk maar de bewaarde mihrab en hoefijzerbogen stammen uit de 12de eeuw en zijn indrukwekkend.
In Zuid–Portugal is de Arabische invloed het grootst en de bevolking heeft Noord–Afrikaanse gelaatstrekken. Ik herinner mij het verhaal van een groep Marokkaanse vrienden die in de Algarve op vakantie waren, en continue in het Portugees werden aangesproken; ze hielden ze immers aan voor lokale inwoners. In het noorden noemen ze mensen uit het zuiden zelfs mouros. Oude vrouwen bedekken hier hun hoofd met zwarte sjaals die onder hun kin zijn vastgemaakt. De Portugese taal kent honderden Arabische woorden en de meisjesnaam Fatima komt veel voor, tevens de naam van een bekend Portugees stadje en bedevaartsoord.
Het befaamde Portugese en Spaanse felgekleurde handgeschilderde tegelwerk, de azulejos, vindt zijn oorsprong in de Arabische tijd. Overal zie je ze, op kerken, fonteinen, paleizen, gewone huizen en in huiskamers. Deze kleurige decoratievorm vormt al eeuwenlang het decor van het dagelijks leven in Portugal. In Noord–Afrika worden nog steeds complete paleizen en woningen bedekt met gepolijste tegels die ze al–zulaydj noemen. Daar komt het woord azulejo vandaan.
In Portugal introduceerden de Moslims irrigatiesystemen voor hun geliefde meegebrachte amandelen, abrikozen, vijgen, citroenen, olijven, sinaasappels, granaatappels, rijst, palmen en suiker. Met name de rijke traditie van Portugese zoetigheden als marsepein en taarten dankt veel van haar belangrijkste ingrediënten en bereidingswijze aan de Moslims – bijvoorbeeld in het vele gebruik van honing, kaneel, amandelen en vijgen. Oude Portugese kookboeken staan vol met ‘Moorse recepten’.
En er zijn veel meer invloeden. Van traditionele ambachten tot navigatie–instrumenten en kennis, overgenomen door de Portugezen, die Portugal uiteindelijke leidde naar haar Gouden Eeuw der ontdekkingen. Door het hele land worden legendes van betoverende Moorse prinsessen en liefdesverhalen gebruikt om de oorsprong van steden, grotten, fonteinen en plaatsen omgeven door mysterie te vertellen.
Tot slot beweren sommigen dat de wortels van de fado, het uitgebreide Portugese levenslied, in de Arabische aanwezigheid zitten. Inderdaad klinkt de weemoed in de klanken van de fado wel een beetje als Arabische zangen. Emotionele liederen van de Moslims. Moslims die Portugal eens hun thuis noemden. Iemand zei eens. Ik ben een Portugees. Maar mijn hart is Arabisch.
Meu coração é Árabe
0