Ik heb een verre geliefde, een onvoorwaardelijke liefde
Ver weg van thuis, voelde zij nooit zo dichtbij
Haar naam achtervolgt mij, en blijft mij herinneren
Aan haar eeuwige schoonheid, Oh mijn Granada
Eens per jaar, in de winter
Ben je een bruid, jouw toppen bedekt met witte sneeuw
En jouw juweel, hoog op een heuvel
Is het Alhambra, ooit gegeven als de kostbaarste bruidsschat
Het Alhambra, met haar tuin van het paradijs
Vol paleizen, bloemen en vijvers
De geur van jasmijn, sinaasappelbloesem, granaatappels
Stromend water uit fonteinen, oase van rust
Ik praat tegen haar, maar zij zwijgt en kijkt toe
Onbereikbaar en op afstand, waarom negeer je mij?
Want ik weet dat je spreekt, in het diepste van de nacht
Pratend met de sterren, eenzaam zingend naar de maan
2 januari 1492, op die dag werd jij verlaten
En stierf al-Andalus, een ondraaglijke pijn
Hij huilde als een vrouw, om wat hij als man niet kon verdedigen
Ik huil nu als een man, omdat ik jou niet kan vergeten
Daarom spreek ik met jouw kinderen, zij bewaren jouw verhalen
En sleutels van families, in de hoop ooit terug te keren
Vol verlangens, al meer dan vijfhonderd jaar lang
Naar het verloren paradijs, waar zij ooit uit zijn verdreven
Noord-Afrika huilt om jou
Nee, de hele Arabische wereld huilt om jou, en rouwt om jou
En soms, soms verschijn jij, sprekend in mijn droom
Oh mijn Granada, waarom verwar je mij?
Ik heb een verre geliefde, een onvoorwaardelijke liefde
Maar zo ver weg van thuis, voelde jij nooit zo dichtbij
2 januari 2017 – 525 jaar na de val van Granada
Tariq
0